Olijvenparadijs
Ik ben gek op olijven. Misschien wel omdat het zo exotisch is, ben ik al vele jaren nieuwsgierig naar de teelt, oogst en verwerking. Soms zie je in Nederland een olijfboom in een grote pot op een terras, met in het najaar zelfs enkele olijven eraan. Heb je die wel eens vers geproefd? Ik wel, maar het is geen goed idee. Want. Heel. Bitter. Mijn nieuwsgierigheid werd groter nadat mijn broer Dirk een derde deel van een veldje olijfbomen kocht van vrienden in Molise, in Midden-Italië. Hij nodigt me uit om te komen helpen met de oogst. Dat wil ik wel eens meemaken dus in oktober 2025 combineer ik de olijvenoogst met ‘mijn eigen Rail Away’. Een maand treinen door Europa was ook een lang, door mij gekoesterde wens.
Dus tijdens mijn ‘tienertoer’ ga ik vier dagen olijven plukken in Molise. De Nederlanders Dré en Ingrid kochten 15 jaar geleden een oude schuur met een veldje olijven. Nu wonen ze er in hun zelfgebouwde bungalow met grote tuin en royaal overkapt terras: een gastvrij paradijs midden in het heerlijke heuvellandschap met hier en daar veldjes olijven. Je kunt er (in de buurt) verblijven om te helpen met oogsten. Agrotoerisme. Het oogsten gaat met (elektrische) harken of met de hand, net waar je zin in hebt. De olijven vallen op de netten die we onder de bomen leggen. Daarna rollen en schuiven we ze in de kratten. Die gaan dezelfde dag nog naar de perserij. De opbrengst was goed, twee á drie liter olijfolie per boom. Er wordt alleen ‘s morgens geplukt, het was heerlijk om te doen. Ik ben erachter dat ik echt een ‘plattelandsmeisje’ ben. Lekker buiten aan de slag. Daarna is er heerlijk eten (op olijven-servies met olijven-servetten) en zijn er excursies. Het is allemaal erg relaxed.
Tijdens het oogsten bedenk ik hoe leuk het zou zijn om zelf olijven eetbaar te maken. Ik zie al een hele rij glazen potten met de heerlijkste olijven voor me. Met mooie etiketten erop. Even een recept zoeken op internet. De meeste recepten gaan uit van emmers vol olijven. ‘Gedurende zes tot twaalf maanden in zout water laten staan zodat de bittere smaak verdwijnt.’ Zo lang? Ik lees verder. ‘Ververs elke dag het water.’ Elke dag? Dat zie ik mezelf echt niet doen en zoek verder. Er blijken verschillende en soms ook tegenstrijdige methoden te zijn, insnijden, pletten of juist niet? De natte of de droge methode? Ik krijg ter plekke keuzestress en vraag Ingrid of zij, naast het persen van de olie, hun olijven ook zelf wel eens eetbaar heeft gemaakt.
‘Ja, dit hebben we inderdaad een keer gedaan met een volle emmer olijven. Pekelen, steeds controleren en verversen et cetera’, vertelt Ingrid, ‘maar erg succesvol was het niet. De olijven waren uiteindelijk helemaal niet zo lekker. Best jammer.’ Ik cancel acuut mijn eigen olijvenproject. Bovendien was het ook best veel gedoe om die emmer met gepekelde olijven, steeds met de trein mee te nemen, de rest van mijn tienertoer.
Anna Koster
